
Een 22 jarige dienstplichtig soldaat als
de oorlog uitbreekt. Vlucht in 1941 naar Engeland waar hij zich aansluit
bij de Koninklijke Brigade ‘Prinses Irene’.
Het personage van Teodorus wordt vertolkt door Teus, een 22 jarige
student uit Katwijk.
Hij laat graag zien hoe het leven was als student in de roerige jaren
tussen 1939 en 1945.
Teodorus wordt geboren
op 4 augustus 1922 in het ouderlijk huis aan
de stationsweg nabij het HS in 's Gravenhage. Zijn vader, Alphonsus Johannes
Paulus Teeuwisse is reclametekenaar bij M.H. van Vriesland Hzn. Zijn moeder,
Constance Hedwig Cornelia Bogers is secretaresse op het stadhuis. De Teeuwisse
familie is een oude Scheveningse familie die al generaties lang verbonden
is met de visserij.
Het is de bedoeling dat Alphonsus ook visser wordt, net als zijn vader
en opa.
Als kleine jongen gaat hij al als dekknecht mee de zee op maar tijdens
een vliegende storm breekt de kleine 'Fons' zijn been.
Met zijn been in het gips kan hij een tijdje niet werken en zit op de
stoep voor het kleine huisje uit verveling maar wat te tekenen.
De toevallig passerende mijnheer Vriesland ondekt het teken talent van
Fons en bied de jongen een baantje aan op zijn reclamebureau.
Hij is de eerste Teeuwisse in eeuwen die niet in de visserij hoeft te
werken, de familie is erg blij.
De eerste jaren als knechtje bij Vriesland en zoonen verdient
Fons nog bija niets, hij leeft in bittere armoede alleen in Den Haag maar
heeft moeder belooft door te zetten.
Op een dag komt mijnheer Ypey naar de winkel, een rijke man die een garage
in Nederlandsch Indie heeft maar ook een mooie dochter, Constance.
Mijnheer Ypey komt regelmatig langs om een opdracht te bespreken
en Contance moet dan in het atelier wachten.
Ze raakt in gesprek met Michiel en al snel zijn de twee verliefd.
De familie Ypey probeert van alles te doen om de relatie te verbreken,
dit heeft een averechts effect op de twee jonge mensen en ze trouwen.
Ze zijn te jong en de familie Ypey verstoot Constance dus het echtpaar
blijft arm.
Een hele nieuwe ervaring voor de verwende Constance.
Door deze confrontatie met de vreselijke armoede voelen de twee zich steeds
meer aangetrokken tot de Rode Zuil; de Socialisten. Alphonsus en Constance
worden overtuigde en actieve leden van de SDAP.
Hun eerste kind, Teus zijn grote zus Marie Louise Teeuwisse,
wordt geboren op 25 oktober 1910. Het gezin woont dan nog in een piepkleine
eenkamer woning in de Haagsche Schilderswijk. .
Dan heeft vader Teeuwisse weer geluk, hij maakt snel carriere en wordt
chef.
De jaren die volgen begint mijnheer Vriesland Fons bijna te zien als zijn
zoon.
Ook Constance werkt nu af en toe op het reclame bureau.
Met het einde van de Eerste Wereldoorlog komt er ook een einde
aan de armoede van de familie Teeuwisse.
Als getalenteerde tekenaar, uitstekende chef en als beschermeling van
mijnheer Vriesland maakt hij snel carriere en komt steeds hogerop in het
bedrijf.
Hij neemt de plaats in van de overleden Vriesland junior, niet alleen
op de zaak maar ook in de relationele sfeer. Mijnheer Vriesland nodigt
de familie uit bij hem te komen eten, ze worden vrienden en voor de kleine
Marloes wordt mijnheer Vriesland een soort opa.
Nu Fons
echt goed begint te verdienen verhuizen ze naar een groot huis aan de
Stationsweg nabij station Den Haag Hollandsch Spoor.
Constance is secretaresse geworden op het bureau en wil dat blijven doen
dus nemen ze een kindermeisje in huis. De familie voelt
zich nogal ongemakkelijk met hun nieuwe positie als zijnde socialisten.
Het kindermeisje wordt dan ook reuze vriendelijk behandeld en krijgt veel
te veel betaald. Ook wordt het grote huis vaak gebruikt voor politieke
bijeenkomsten of cursussen voor arme arbeidersvrouwen.
Het is zelfs niet ongebruikelijk om in de salon of de serre s 'ochtends
arbeiders te vinden die liggen te slapen op het dure parket en marmer
nadat ze door huisjesmelkers uit hun krotten gezet waren.
Zo worden Alphonsus en Constance een begrip binnen de Haagsche Sociale
zuil maar worden nauwelijks geaccepteerd bij de deftige lui in de omgeving.
Het gaat beter dan ooit met de familie Teeuwisse als Teus geboren
wordt. Hij groeit op in een beschermende en welvarende omgeving.
Hij kan zich de armoede die de familie slechts enkele jaren geleden nog
teisterde nauwelijks voorstellen.
Net als zijn zus Marloes gaat Teodorus naar Archipelschool in
de Atjehstraat. Hij is een ijverige leerling en haalt goede cijfers. Op
10 januari 1929 trouwt zijn zus onverwachts op jonge leeftijd met Michiel
ter Winkel, een medewerker van het reclamebureau van zijn vader. De reden
werd al snel duidelijk toen op 2 september 1929 zijn nichtje Annemarie
wordt geboren. Drie jaar later krijgt Annemarie een broertje, Matthijs.
De wereld is inmiddels in de ban van de internationale crisis,
maar Matthijs zijn ouders hebben hier weinig last van, de reclamezaak
heeft meer werk dan ooit.
Teodorus heeft veel belangstelling voor Aardrijkskunde en geschiedenis,
is niet zo lui als zijn zus en gaat na de lagere school naar de Latijnse
School in Leiden. Ondanks dat hij zelf helemaal niet links is wordt hij
af en toe gepest met de reputatie van zijn ouders en zus omdat ze een
'rooien' zijn.
In Leiden zat hij op kost bij ouders van een vriend van school aan de
Zoeterwoudse singel 75. In het weekend bracht hij door bij zijn ouders
in Den Haag.
Op
28 augustus 1939 moest hij zijn school in zijn laatste jaar verlaten,
Vanwege de algemene mobilisatiewet. Hij wordt samen met Caspar van den
Berg ingedeeld bij het 1ste regiment Wielrijders in de sectie van sergeant
Erik de Bruin.
Arie, de zwager van Marloes die 1ste luitenant der Marechaussee is, probeert
er een beetje voor te zorgen dat hij, Teodorus en Michiel contact houden
met de familie tijdens die chaotische dagen van de mobilisatie.
Als op 10 mei 1940 de invasie begint heeft het regiment een zware
taak. Teus heeft vijf zware dagen voor de boeg en krijgt nauwelijks tijd
om te rusten. Nog voor de capitulatie wordt getekend komt hem te oren
dat zijn zwager waarschijnlijk is omgekomen bij het bombardement op Rotterdam.
Eerst was het echter zaak om snel weg te komen uit Rotterdam, waar het
vergeven was met Duitse soldaten.
Na de capitulatie verbergt hij z'n uniform en uitrusting in een
rioolput en vertrekt naar Leiden. Daar krijgt hij onderdak aan de Zoeterwoudse
singel. Vanwege het bevelschrift dat hij moet zweren niets tegen Nazi-Duitsland
te ondernemen en de mogelijke represailles besluit hij, dat zijn familie
beter niet op de hoogte kan zijn of hij nog in leven in. ‘Hoe minder
ze weten des te beter is’ het motto. Half september komt hij in
contact met de neef van zijn vader die visser was. Hij wil hem en nog
een drietal wel helpen om aan de bezetting te ontkomen. Als de Scheveningse
vissersvloot buitengaats gaat voor de kust van ‘de hoek’ gaan
ze er in het nachtelijk duister vandoor in een kleine zeilboot die ze
in het ruim verborgen hadden kunnen houden. Bijna een week later worden
ze opgepikt door een Britse patrouilleboot in de buurt van Hull.
Tot
zijn verbazing wordt hij gearresteerd en onderzocht door de Britse geheime
dienst. Naar later blijkt om te onderzoek of hij door de bezetter als
spion naar Engeland was gestuurd. Op 11 januari 1941 was in Wolverhampton,
Engeland de bij koninklijk besluit de koninklijke brigade ‘Prinses
Irene’ opgericht. Bij het vernemen van dit besluit meldde Teodorus
zich meteen aan. De Engelse militaire training viel hem zwaarder dan gedacht.Toen
op 6 juni 1944 het Tweede Front werd geopend op de Normandische kust zou
de brigade binnen de periode van 30 dagen over gaan naar Frankrijk. De
brigade had een deel in de bevrijding van het Franse stadje Pont Audemer
en de bevrijding van Hedel en Tilburg, maar werd voornamelijk door de
Britten gebruikt voor objectbeveiliging en achterhoede formatie.
In september 1944 nam de brigade deel aan "Operation Market
Garden", maar het einddoel Apeldoorn wordt nooit gehaald. Na deze
mislukte operatie wordt de brigade weer voornamelijk gebruikt voor de
beveiligingstaken voor o.a. de brug bij Grave. Bekende foto’s van
de brigade zijn gemaakt bij de brug bij Grave waar een aantal militairen
naar 5 jaar of korter hun familie en vrienden weer terug zagen. In oktober
assisteert de brigade de 15de schotse divisie bij de inname van Tilburg.
In april 1945 komt de brigade dan weer in actie. Dit maal bij Hedel, maar
na zware verliezen blaast de Britse commandant de operaties af. De onderhandelingen
met de Duitsers zijn begonnen.
Op 5 mei 1945 vertrekt
de brigade naar Wageningen voor de Duitse capitulatie in Nederland in
hotel de Wereld. Drie dagen later keert Teodorus met de brigade terug
naar Den Haag. Er volgde een rit door de stad, waarbij wat voor een aantal
mensen in zijn compagnie was gebeurd bij de brug bij Grave nu hem overkwam.
Want toen zijn colonne de Javastraat in reed, zag hij in de enorme menigte
zijn familie staan…
Overdenking
Nu keren wij weer terug naar het heden,
Maar hoe men het ook wendt of keert of plooit.
We zullen een hoop moeten vergeven,
Maar vergeten doen wij nooit!
|