
Het personage van Marie Louise ter Winkel
(roepnaam Marloes) word vertolkt door Joeri, een 35 jarige Historisch
Adviseuse en schrijfster uit Amsterdam.
Hieronder vind u het fictieve levensverhaal van Marloes ter Winkel
geschreven door Joeri die dit personage tot leven brengt op onze evenementen.
Deze biografie helpt Joeri bij het zich inleven in het personage.
Overeenkomsten met bestaande personen is meestal toeval.
 Marloes
is geboren op 26 oktober 1910 in Den Haag. Haar vader, Alphonsus Johannes
Paulus Teeuwisse is reclametekenaar bij M.H. van Vriesland Hzn.
Haar moeder, Constance Hedwig Cornelia Ypey is secretaresse op het stadhuis.
De Teeuwisse familie is een oude Scheveningse familie die al generaties
lang verbonden is met de visserij.
Het is de bedoeling dat Alphonsus ook visser wordt, net als zijn vader
en opa.
Als kleine jongen gaat hij al als dekknecht mee de zee op maar tijdens
een vliegende storm breekt de kleine 'Fons' zijn been.
Met zijn been in het gips kan hij een tijdje niet werken en zit op de
stoep voor het kleine huisje uit verveling maar wat te tekenen.
De toevallig passerende mijnheer Vriesland ondekt het teken talent van
Fons en bied de jongen een baantje aan op zijn reclamebureau.
Hij is de eerste Teeuwisse in eeuwen die niet in de visserij hoeft te
werken, de familie is erg blij.
De eerste jaren als knechtje bij Vriesland en zoonen verdient
Fons nog bija niets, hij leeft in bittere armoede alleen in Den Haag maar
heeft moeder belooft door te zetten.
Op een dag komt mijnheer Ypey naar de winkel, een rijke man die een garage
in Nederlandsch Indie heeft maar ook een mooie dochter, Constance.
Mijnheer Ypey komt regelmatig langs om een opdracht te bespreken
en Contance moet dan in het atelier wachten.
Ze raakt in gesprek met Michiel en al snel zijn de twee verliefd.
De familie Ypey probeert van alles te doen om de relatie te verbreken,
dit heeft een averechts effect op de twee jonge mensen en ze trouwen.
Ze zijn te jong en de familie Ypey verstoot Constance dus het echtpaar
blijft arm.
Een hele nieuwe ervaring voor de verwende Constance.
Door deze confrontatie met de vreselijke armoede voelen de twee zich steeds
meer aangetrokken tot de Rode Zuil; de Socialisten. Alphonsus en Constance
worden overtuigde en actieve leden van de SDAP.
Marloes wordt geboren in een kleine eenkamer woning in de Haagsche
Schilderswijk.
Haar eerste stapjes zet ze in bittere armoede en de eerste jaren van haar
leven laten bij haar een diepe indruk achter.
De inzinkingen van haar moeder en haar vaders uitbarstingen van radeloosheid
zal ze nooit vergeten. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakt
alles nog net iets moeilijker. Dan keert het tij.
Mijnheer Vriesland zijn zoon weigert zijn vader op te volgen in de zaak,
ook wil hij maar niet trouwen. De jongen deugt niet en komt even later
bij een automobiel ongeluk om het leven. Mijnheer Vriesland raakt in een
depressie en verwaarloost het bedrijf. Fons ziet zijn leven en broodwinning
instorten en begint het werk van mijnheer Vriesland over te nemen. Als
mijnheer Vriesland dit hoort is hij woedend, bij een confrontatie op het
bedrijf scheld hij Fons de huid vol, de simpele knecht zou zijn plaats
niet weten.
Dan realiseert mijnheer Vriesland zich dat Fons het werk heel goed gedaan
heeft en waarschijnlijk het bedrijf voor faillissement behouden heeft.
Mijnheer Vriesland is onder de indruk als hij ondekt dat Fons de oude
opdrachten netjes en op tijd afgehandelt heeft en zelfs nieuwe opdrachten
heeft binneng gehaalt.
Ter plaatse krijgt Fons promotie en wordt chef.
De jaren die volgen begint mijnheer Vriesland Fons bijna te zien als zijn
zoon, tenslotte heeft hij hem als kleine jongen al in dienst genomen en
nu blijkt Fons de ideale opvolger in plaats van zijn eigen zoon.
Tijdens een zeer grote opdracht voor Cinema Theater Asta op het spui komt
Constance helpen op de zaak en ze blijkt talent te hebben in het omgaan
met de opdrachtgevers.
Ze helpt steeds vaker op de zaak om zo een beetje bij te verdienen, de
kleine Marloes groeit op tussen de kwasten en verfpotten, als ze uit school
komt brengt ze talloze uren door in een hoekje van het atelier met wat
papier en potloden.
Met het einde van de Eerste Wereldoorlog komt er ook een einde
aan de armoede van de familie Teeuwisse.
Als getalenteerde tekenaar, uitstekende chef en als beschermeling van
mijnheer Vriesland maakt hij snel carriere en komt steeds hogerop in het
bedrijf.
Hij neemt de plaats in van de overleden Vriesland junior, niet alleen
op de zaak maar ook in de relationele sfeer. Mijnheer Vriesland nodigt
de familie uit bij hem te komen eten, ze worden vrienden en voor de kleine
Marloes wordt mijnheer Vriesland een soort opa.
Nu Fons
echt goed begint te verdienen verhuizen ze naar een groot huis aan de
Stationsweg nabij station Den Haag Hollandsch Spoor.
Constance is secretaresse geworden op het bureau en wil dat blijven doen
dus nemen ze een kindermeisje in huis. De familie voelt
zich nogal ongemakkelijk met hun nieuwe positie als zijnde socialisten.
Het kindermeisje wordt dan ook reuze vriendelijk behandeld en krijgt veel
te veel betaald. Ook wordt het grote huis vaak gebruikt voor politieke
bijeenkomsten of cursussen voor arme arbeidersvrouwen.
Het is zelfs niet ongebruikelijk om in de salon of de serre s 'ochtends
arbeiders te vinden die liggen te slapen op het dure parket en marmer
nadat ze door huisjesmelkers uit hun krotten gezet waren.
Zo worden Alphonsus en Constance een begrip binnen de Haagsche Sociale
zuil maar worden nauwelijks geaccepteerd bij de deftige lui in de omgeving.
Marloes ergert zich hier aan, ze wil liever gewoon zijn en geaccepteerd
worden door de rijke kinderen in de buurt.
Vlak na de Eerste Wereldoorlog neemt de familie een nieuw meisje in dienst,
deze maal uit Duitschland.
Door de moeilijke situatie in Duitschland na de oorlog komen vooral veel
jonge meisjes naar Nederland om hier te werken, de familie neemt Johanna
in dienst, een lief timide meisje uit Berlijn.
Ze is al snel gek op de kleine Marloes en meer als een grote zuster voor
haar dan als een kindermeisje.

Als kind zit Marloes op de Archipelschool aan de Atjehstraat.
Marloes is een goede maar luie leerling en ondanks haar talenknobbel is
studeren aan haar niet besteed, ook wordt ze veel gepest door klasgenoten
omdat ze een rooie is.
Ze is vaak betrokken bij vechtpartijen, het maakt haar niet uit hoe groot
de jongen is, ze slaat er gelijk op los.
Al snel ondekt ze dat ze leraren en klasgenoten op de kast kan jagen door
Socialistische liederen te zingen of iedereen uit te maken voor kapitalist
en uitbuiter.
Marloes
groeit lange tijd op als enigskind maar daar komt op 4 augustus 1922 verandering
in als ze een broertje krijgt.
Ze is dan al 12 en haar ouders zijn bang dat ze enorm jaloers zal zijn
op de kleine Teus maar dit blijkt niet het geval te zijn.
Marloes vind het prachtig een broertje te hebben.
Na een aantal hopeloze jaren op school accepteren
de ouders van Marloes dat ze wel nooit een diploma zal halen en ze mag
stoppen.
Via connecties van haar moeder kan ze in januari 1925 winkeljuffrouw in
de Maison de Bonneterie worden.
Marloes vind de baan niet zo leuk en heeft een hekel
aan alle deftige mensen die ze zo netjes moet helpen. Natuurlijk is het
wel leuk dat al haar voormalige klasgenoten zo jaloers op haar zijn, de
winkel is nogal prestigious.
Daar komt op 1 april 1926 verandering in, een jongeman komt een reclam
display opbouwen voor kousen vlak naast de balie waar Marloes achter werkt.
De jongen is knap maar ook eigenwijs en brutaal, hij maakt grapjes over
de deftige klanten en Marloes lacht zich suf.
Michiel ter Winkel is geboren op 20 mei 1910, hij werkt tijdelijk als
manusje van alles voor een timmerman. Het is liefde op het eerste gezicht,
Michiel raapt al zijn moed bij elkaar en vraagt of hij met Marloes mag
lopen...verkering dus eigenlijk.
Marloes zegt Ja...
De ouders van Marloes zijn niet blij met de situatie, Marloes
is te jong en Michiel is communist. Maar vooral zijn Marloes haar ouders
bang dat ze haar leven zal vergooien, ze is tenslotte veel te jong voor
een vriendje.
Er is veel ruzie thuis maar het is te laat, Marloes is veel te verliefd
op Michiel en dus gaan ze zonder toestemming van hun ouders toch regelmatig
stappen in Den Haag. Michiel laat Marloes een hele andere kant zien van
Den Haag die ze niet kent.

Marloes geniet van deze tijd, uren zitten ze op het dakterras van de Bijenkorf,
lekker dansen in het Kurhaus of uitwaaien op de pier. Later zelfs dansen
in het Palais de Danse aan het Gevers Deynootplein, een show bijwonen
in het Scala-theater aan de Wagenstraat of een filmpje pakken in het brandnieuwe
Passagetheater.
Natuurlijk ook gezellig drinken in de stamkroeg, Café Restaurant
'Het Zuid' aan de Groenmarkt.
Het zijn mooie tijden maar daar komt snel een einde aan als Marloes zwanger
blijkt te zijn.
De twee families komen noodgedwongen bij elkaar om de situatie
te bespreken, de families verwachten een moeilijk gesprek tussen twee
verschillende zuilen maar dit gebeurt niet.
Tot ieders verbazing kunnen de ouders van Marloes en Michiel het gelijk
goed met elkaar vinden en ze zijn het ook nog met elkaar eens; er moet
snel getrouwd worden.
Op 10 januari 1929 gaan Marloes en Michiel trouwen, het is een kleine
bijeenkomst op het stadhuis en in de kerk aan het spui.
Gelukkig is nog niet te zien dat Marloes zwanger is en dat hun huwelijk
een 'moetje' was wordt een familiegeheim waar niet meer over gepraat zal
worden
De
volgende dag gaan Marloes en Michiel op huwelijksreis naar Engeland, allemaal
betaald 'opa Vriesland'.
Bij terugkomst gaan ze wonen aan de Adelheidstraat 99, om de hoek van
de Bezuidenhoutseweg.
Een mooi huis en redelijk netjes ingericht dankzij de vader van Marloes.
Tegenspreken had geen zin en zo begon hun leven in hun nieuwe huis, voorzien
van de modernste gemakken, een gaskachel, electriciteit licht en zelfs
een gasfornuis!
8 maanden later
word hun eerste kind geboren.
Annemarie Cornelia ter winkel word geboren op 2 september 1929. Het is
een wolk van een baby en Michiel en Marloes zijn reuze blij met hun dochtertje.
Ondanks dat een maand later de crisis toeslaat ziet het gezin de toekomst
zonnig tegemoet.
De wereld is inmiddels in de ban van de internationale crisis,
maar Michiel heeft een vaste baan en de reclamezaak heeft meer werk dan
ooit.
Er volgen gelukkige tijden, ook Michiel maakt carriere op het
reclamebureau en Marloes is huisvrouw.
De kinderen gaan naar school en de beide families groeien naar elkaar
toe.
Het zijn spannende tijden, crisis, politieke spanningen en veel
belangrijke gebeurtenissen. Hitler komt aan de macht en veel joodse en
politieke vluchtelingen komen naar Nederland, veel worden door Colijn
terug gestuurd dus duiken er velen onder. Via de CPN en de SDAP komen
Marloes en Michiel in contact met de Nederlandsche Roode Hulp en nemen
af en toe onderduikers in huis en horen van hen over de vreselijke dingen
die gebeuren in Nazi-Duitsland.
In 1937 stort de Hindenburg zeppelin neer, enkele dagen daarvoor hebben
Marloes en Michiel samen nog naar deze vliegende sigaar gekeken op het
dak van hun huis, toen ze over Den Haag vloog op weg naar haar noodlot.
Marloes haar kleine broertje Teus is volwassen aan het worden, hij gaat
na de lagere school naar de Latijnse School in Leiden.Teus heeft veel
belangstelling voor Aardrijkskunde en geschiedenis en is niet zo lui als
zijn zus en gaat na de lagere school naar de Latijnse School in Leiden.
Teus komt in contact met veel verschillende zuilen en langzaam begint
hij zijn eigen politieke meningen te vormen, deze botsen nogal eens met
die van zijn rooie ouders en nog rodere zuster maar echte ruzies komen
hier niet uit voort.
De politieke spanningen nemen toe in Europa en op 28 augustus
1939 word de mobilisatie afgekondigt, Michiel moet in het leger.
Marloes maakt zich geen zorgen, Nederland is tenslotte neutraal.
Michiel ziet de situatie donkerder in.
In ieder geval is het toch wel een leuke tijd, Michiel maakt veel vrienden
en het is weer eens wat anders dan reclameborden schilderen. Gelukkig
mag hij regelmatig op verlof.
Een week later vallen de Duitsers Polen binnen. Michiel word met zijn
eenheid gelegerd in Naarden, om daar aan de Hollandse Waterlinie te werken.
De winter van 1939-1940 is erg koud.
Begin mei wordt 3-III-34 R.I. verzocht naar Maasdam te komen, om daar
de verdediging van de Maaslinie en Vesting Holland te verstevigen.
Ook Teus moet
in het leger, hij moet zijn school in zijn laatste jaar verlaten. Hij
wordt ingedeeld bij het 1ste regiment Wielrijders samen met Casper van
den Berg onder commando van sergeant Erik de Bruin.
Arie, de zwager van Marloes die 1ste luitenant der Marechaussee is, probeert
er een beetje voor te zorgen dat hij, Teus en Michiel contact houden met
de familie tijdens die chaotische dagen van de mobilisatie.
Als op 10 mei 1940 de invasie begint stort op de eerste dag van
de oorlog al een Junker neer in de Adelheidstraat, Marloes en Anne zijn
hier getuige van en ontkomen maar net aan een regen van dakpannen.
Deze dagen zijn vreselijk, ze zijn in de war van het neerstortende vliegtuig
en erg bang over het lot van Michiel, Teus en oom Arie.
Michiel zit nog in Maasdam op die morgen van 10 mei 1940. Duitse
parachutisten strijken neer in de buurt van de Moerdijkbruggen en Dordrecht.
Michiel gaan dan naar ’s Gravendeel waar zijn eenheid vecht tegen
een Fallschirmjägerregiment. De volgende dag word Michiel als koerier
per fiets met een bericht naar Rotterdam gestuurd.
Hij wordt het laatst gezien met zijn fiets in Rotterdam, enkele minuten
voor het bombardement probeert hij wanhopig een bericht van zijn eenheid
af te leveren.
Zijn lichaam wordt enkele dagen na de capitulatie gevonden tussen de puinhopen.

Marloes haar broertje Teus verdwijnt, later blijkt
hij in Engeland te zitten. Ome Arie komt weer terug. Na de capitulatie
duurt het een tijd voor Marloes hoort dat Michiel is overleden, pas na
weken hoort ze dat hij niet terug zal komen.
Ze raakt depressief en komt dagen niet uit bed, ze verwaarloosd zichzelf
en haar kinderen en Oma besluit dat er iets moet gebeuren.
Marloes is zelfs te depressief om tegen te sputteren als haar ouders haar
en haar kinderen meenemen naar het ouderlijk huis aan de Stationsweg.
Het huisje waar Michiel, Marloes en de kinderen zulke mooie jaren hebben
doorgebracht wordt verkocht.
Als Marloes eindelijk weer een beetje zichzelf is
besluit ze Den Haag te verlaten en naar Amsterdam te gaan. Den Haag doet
haar te veel denken aan Michiel en de stad zit vol moffen. Als haar beste
vriendin Truus naar Amsterdam vertrekt om bij haar verloofde te gaan wonen
is de beslissing snel genomen.
In November 1940 stapt Marloes op de trein. Zonder
man en zonder werk besluit ze naar Amsterdam te verhuizen, Anne blijft
voorlopig bij opa en oma wonen.
Die eerste weken in Amsterdam zijn zwaar, ze logeert
bij Truus en diens verloofde Jan op een te kleine etage.
Marloes weet niet wat ze moet gaan doen tot Jan haar vraagt of ze hem
Engels wilt leren zodat hij naar de BBC kan luisteren. Het wordt duidelijk
dat Marloes een natuurtalent is en met haar kennis van de Engelse taal
les zou kunnen geven om in haar onderhoud te voorzien.
Gelijk zet Marloes een advertentie, dit blijkt een gouden zet te zijn,
ze krijgt veel reacties en begint wat geld te verdienen.
Iedereen luistert tenslotte naar de BBC voor het laatste nieuws en Engels
is populairder dan ooit.
Daarnaast wordt ze ook door een uitgeverij ondekt en gevraagt af en toe
een boek of artikel voor ze te vertalen.
Al snel kan Marloes een kleine etage aan de Tweede Boerhaavestraat huren
en Anne over laten komen.
Zo gaat de tijd voorbij, door de week, meestal als Anne op school zit
maar ook 's avonds ontvangt Marloes in de achterkamer haar studenten die
ze dan Engelse les geeft, soms zitten hier zelfs Duitse soldaten bij.
Marloes kan haar eigen tijd indelen en heeft zo relatief veel vrijheid
en leert veel mensen kennen. De eenzaamheid verdwijnt maar het verdriet
om Michiel blijft.
Tijdens de Engelse lessen ondekt ze al snel dat enkele van haar leerlingen
met ondergronds werk bezig zijn, ze vragen haar bepaalde teksten vertalen...teksten
die Marloes denkt te herkennen van de illigale krantjes die ze in de tram
vind, het zijn nieuwsberichten van de BBC.
Marloes doet alsof ze niets door heeft, ze wil er niets mee te maken hebben.
Ook Truus blijkt iets te maken te hebben met het verzet, maar Marloes
maakt duidelijk daar niets van te willen weten.
Maar dan wordt het Februari 1941, van dichtbij is Marloes getuige van
het afgrijselijke gedrag van de W.A., de rellen in de jodenwijk, de vreselijke
razzia's en mishandelingen van haar Joodse stadsgenoten.
Zo is ze er 9 Februari zelf bij in cafe Alcazar aan het Thorbeckeplein
als deze wordt aangevallen door het verraders-tuig.
Tot haar eigen verbazing wordt ze zo boos dat ze zich in het strijdgewoel
mengt, het wordt een reuze knokpartij tussen bezoekers, voorbijgangers
en de relschoppers.
Als er op de 25e gestaakt wordt loopt Marloes mee, de staking wordt hard
neergeslagen.
Bij Marloes breekt er iets, ze is woedend op de
bezetter maar nog woedender op de verraders, ze wil vechten, ook voor
Michiel.
Ze kan niet langer niets doen, zo rolt ze vanzelf in het verzet.
De eerst volgende Engelse les confronteert ze de jongens waarvan ze denkt
dat ze ondergronds werk doen, ze wil ook iets doen.
Ook via haar vriendin Truus leert Marloes langzaam wat mensen kennen die
betrokken zijn bij het illigale werk.
In het begin doet Marloes niet veel, ze geeft de
informatie door als de Duitse soldaten en officieren die bij haar Engelse
les volgen af en toe hun mond voorbijpraten en ze besluit nu ook les buitenshuis
te gaan geven.
Ze regelt het zo dat ze de privelerares Engels wordt van enkele hooggeplaatste
Nationaal Socialisten, zoals enkele NSB ambtenaren.
Om deze lui thuis les te geven krijgt ze soms een speciale vergunning
om na sperrzeit buiten te komen of extra bonnen voor een nieuwe fietsband.
Haar bijles leerlingen en Truus die haar bij het
ondergrondse werk geintroduceerd hebben beginnen langzaam een goed georganiseerde
verzetsgroep te worden, Groep Artis.
Marloes is niet direct betrokken bij de groep maar ze is af en toe koerierster,
haar huis wordt een ontmoetingsplek, soms worden er spullen opgeslagen
en heel af en toe blijft er iemand slapen in de achterkamer.
Marloes heeft het zo druk dat Annemarie vrij regelmatig
een paar dagen moet gaan logeren bij tante Maria ter Winkel, de zus van
Michiel in Wadinxveen.
Daar is het leuk, Marie heeft een kleine drogisterij en bovendien een
grote collectie boeken.
Tante Maria is nooit getrouwd en heeft geen kinderen, ze verwend Annemarie
enorm. Bovendien lijkt de oorlog hier ver weg, Annemarie voelt zich er
veilig. Doordat reizen steeds gevaarlijker wordt en het in Amsterdam ook
steeds ongemakkelijker, brengt Annemarie steeds meer tijd door bij hun
tante.
De Hongerwinter breekt aan, Marloes wil Annemarie
weer naar hun tante sturen maar door alle chaos en de treinstaking durft
ze dit niet aan. Ze zitten ze vast in Amsterdam.
In het begin valt het nog mee, de verzetsgroep heeft genoeg bonnen en
daarnaast vraagt ze van haar leerlingen nu eten in plaats van geld.
Naarmate de winter vordert neemt het aantal leerlingen af, ook wordt het
steeds moeilijker eten te regelen.
Een Duitse officier die al een lange tijd les krijgt van Marloes en waarmee
Marloes bevriend raakt neemt het gezin een beetje onder zijn hoede.
Karl komt uit een communistisch nest en is fel anti Hitler, Marloes vertrouwt
hem.
Enkele dagen voor de bevrijding verdwijnt hij.
Dan komt de mei 1945, Marloes maakt de schietpartij op de Dam mee.
Samen met Annemarie ligt ze achter draaiorgel 'Het Snotneusje’ om
maar niet geraakt te worden door de kogels, er overkomt ze niets maar
bij het zien van een huilend klein kind dat wanhopig over de lege dam
loopt en daar weggehaald word door dappere mensen, breekt er iets bij
Marloes.
Alle spanning, al het verdriet en zelfs nog de pijn om het verlies van
Michiel komen boven.
Het duurt uren voordat ze weer kalm wordt.
Die dagen na de bevrijding is Marloes droevig om
haar vrienden die de bevrijding niet meer mee kunnen maken maar ze is
ook gelukkig.
Als het eindelijk lukt weer naar Den Haag te reizen
volgt een emotioneel wederzien met haar ouders.
Niet veel later staan ze tot hun grote verbazing opeens oog in oog met
Teus, nu een soldaat bij de Prinses Irene Brigade.
Tijdens die feestelijke dagen leert Marloes een
Britse vliegenier kennen, als hij terug gaat naar Engeland vraagt hij
of ze mee gaat.
Ze zegt Ja. Een nieuw leven tegemoet.

|