Het personage van Katrien word vertolkt door Marije.

Hieronder vind u het fictieve levensverhaal van Catherina Maria Barbara Roukens, geschreven door Marije die dit personage tot leven brengt op onze evenementen.
Deze biografie helpt Marije bij het zich inleven in het personage.

Overeenkomsten met bestaande personen is meestal toeval.

Catherina Maria Barbara Roukens

Catherina werd geboren op 14 juli 1915 als jongere zusje van Charles Julius.
Haar vader baron Petrus Roukens en haar moeder Louise van het Hof.
Haar vader overleed toen Catherina amper vier jaar was.
Samen met haar moeder en broer bleven zij op het kasteel wonen.
Toen Catherina veertien jaar oud was kreeg haar moeder tuberculose. Er kwam een zware last op haar schouders te liggen toen zij de zorg voor haar moeder op zich kreeg. Naar school gaan is nu niet meer mogelijk voor de jonge Catherina.
Na een zwaar jaar van verzorging overlijdt haar moeder.
Financieel loopt het niet best. De crisisjaren eisen hun tol. Catherina en haar broer worden gedwongen om afstand te doen van hun familie bezit.

Zij besluiten om samen naar familie in 's Gravenhage te verhuizen. Charles wordt beroepsmilitair. Hij kiest voor een carrière binnen de marechaussee.
Catherina krijgt een baan op het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart op het Bezuidenhout waar zij werkzaam is als secretaresse.
Tijdens een van de verloven van Charles kwam zijn kamergenoot Arie ter Winkel mee. Catherina viel meteen voor de charmes van deze knappe oudere militair.

Vele romantische wandelingen door de duinen en flaneren over de boulevard waren het gevolg van deze vriendschap die al snel uitgroeide tot een innige liefdesrelatie. Op regenachtige dag in 1933 traden zij samen in Den Haag in het huwelijk.

Catherina verhuisde naar Waddinxveen om bij haar man in te trekken op de Kerkweg.

Naar een paar gelukkige jaren wordt tweetal door de oorlogshandelingen van elkaar gescheiden. Weken lang tast Catherina in het duister omtrent het lot van Arie.
Bij zijn thuiskomst vind Arie een baan in het onderwijs en beginnen ze te denken aan een gezin.
Catherina raakt in verwachting, maar krijgt na drie maanden een miskraam. Na een jaar raakt zij opnieuw zwanger. Deze keer wordt hun zoon echter dood geboren en komt Chaterina's gezond in gevaar. Na deze tegenslagen besluiten ze van kinderen af te zien.

De school waar hij werkzaam is word aan het eind van de zomer door de Wehrmacht als kazerne in gebruik genomen en Arie is werkloos. In 1941 werd dr. D.G.Noordijk (een achterbuurman van Arie) benoemd tot inspecteur van het onderwijs in algemene dienst. Via hem komt Arie weer aan werk. Hij wordt aangesteld als inspecteur van het lageronderwijs.

In verband met de Arbeitsinsatz werden in 1943 ook onderwijzers opgeroepen voor werk in Duitsland en Arie dook onder.
Met vervalste papieren van de Sicherheids Dienst (via Marloes!) kan hij zich betrekkelijk veilig verplaatsen.
In het najaar van 1944 verdwijnt Arie weer maar deze keer in overleg met Catherina.
Terwijl zij thuis blijft ziet Arie kans via de Biesbosch in bevrijdgebied te komen.
Door zijn redelijke kennis van de Duitse en Engelse taal treed hij op als tolk vertaler voor de Geallieerde troepen.
Bij de bevrijding is er een emotionele reunie waarbij Arie in geallieerd uniform in Den Haag Catherina in de armen valt.
Het feest is compleet, samen met Marloes, haar kinderen, hun grootouders en zelfs Teus die jaren in Engeland gezeten heeft ontmoeten elkaar weer in Den Haag.

Arie blijft in dienst tot in 1947 door de minister van oorlog, kolonel Fievez, wordt bepaald dat militairen die voor opkomst in werkelijke dienst in het onderwijs werkzaam waren en in hun functie wilden terugkeren, de dienst konden verlaten.
Arie gaat weer aan de slag aan onderwijzer.