Het personage van Stijnetta Janna Mol ( Tanta Janna) wordt vertolkt door Netty, een 49 jarige huisvrouw uit Ede

Janna is geboren op den 5e mei 1893 te Ede.

Mijn vader, Jannes Mol is een boerenknecht geboren in Nunspeet. Den Familie Mol stamt af van de eekschillers dus van hele arme komaf. Maar Jannes gaat werken als knecht in Ede bij een grote boer.

Mijn moeder, Josuina van Tintelen is geboren in Dodewaard.
De Familie van Tintelen heeft een boerderij en Opa handeld in fruit en vee. Daar is het dus wel beter gesteld. Maar Josuina vindt de boerderij maar niks en zo ging ze al jong uit huis, naar Ede waar een zus woont en waar ze bij een bakker gaat werken.

Daar leert ze Jannes kennen, trouwen en gaan wonen aan de Bunschoterweg in Ede.

Het gebied ten oosten van Ede is een prachtig natuurgebied met een lange historie. De oude weg van Arnhem naar Amsterdam doorkruist het gebied van oost naar west. Van zuid/oost naar noord loopt een oude Hessenweg. Grafheuvels uit de oudheid zijn nog altijd zichtbaar. Langs de oorspronkelijke Amsterdamseweg bevinden zich enkele oude herbergen zoals Planken Wambuis en de Zuid Ginkel. De Mechelse kuil in het Ginkelse Zand is al honderden jaren oud. De uitgestrekte heidegebieden geven Ede de bijnaam Heidedorp. Ook de beide schaapskudden zijn een niet weg te denken in het gebied. De Ginkel wordt omgeven door bosgebieden zoals de Sijsselt, Planken Wambuis, de Hindekamp, de Traa, het Kreelse Zand, het Ginkelse Zand, het Edesche Bos en de Mossel.

Al gauw komen er kinderen.
5 mei 1893 Stijnetta Janna
29 november 1896 Aalt Hermanus en
2 Juli 1903 Dirk Jannes

We groeien op in een heel eenvoudig, bijna arm gezin.
Als kind gaat Janna naar de eerste Edesche Protestantse bewaarschool, aan het Bettekamperpad te Ede.
Janna is een goede en rustige leerling maar ondanks dat is verder leren voor haar niet weggelegd. Ze kan in het gezin niet gemist worden.
Omdat moeder vaak ziek is verzorgd Janna dan al vaak het hele huishouden. Het zit er al jong in, het zorgen voor anderen…… Door de ervaring thuis gaat Janna regelmatig waar zo nodig helpen bij gezinnen met een zieke moeder en daar leert ze Hendrik van Beek kennen.
Ik was toen pas dertien jaar, maar daar stak vader en moeder een stokje voor! Kom over een paar jaar maar terug wordt hem verteld en inderdaad, dat deed hij! Drie jaar later ontmoetten wij elkaar weer en toen was er de goedkeuring van mijn ouders.

Ondertussen krijgt Ede een militaire functie als in 1906 het 11e Regiment Infanterie de nieuwe kazernes bij het Station betrekt, welke speciaal voor hen zijn gebouwd. Het zijn de Maurits en de J.W. Frisokazerne. Ede blijkt een ideale legerplaats: Een goede spoorwegverbinding, de Ginkelse Heide als uitgestrekt oefengebied en vijf moderne schietbanen op de Eder Heide. Ook het infanterie schietkamp de Harskamp ligt letterlijk op loopafstand.
Al snel verrijzen er meer kazernes: in 1908 de van Essenkazerne en de Arthur Koolkazerne voor de bereden artillerie en de cavalerie.

Op 25 maart 1911 zijn Hendrik en Janna jong getrouwd, mede doordat we een boerderij konden pachten. Die kans mochten we ons niet voorbij laten gaan en zo zijn we op boerderij ”Klein Hees” terecht gekomen.
Aan de Maander Buurtweg 9 te Ede.
Een mooie boerderij en ook nog netjes ingericht!
Het is een zogenaamd ”gemengd bedrijf”
Op een gemengd bedrijf worden zowel gewassen verbouwd als dieren gehouden. De mest van de dieren wordt gebruikt om het land vruchtbaar te maken, terwijl tegelijkertijd de gewassen dienen als voer voor de dieren. Afvalproducten zo als stro worden gebruikt als diervoeding of om de bodem van de vee verblijven te bedekken. Boeren kiezen voor een gemengd bedrijf als ze verschillende soorten land tot hun beschikking hebben. Zo kan het ene stuk grond zich lenen voor gewassen, terwijl op land wat daar minder geschikt voor is dieren kunnen grazen.

Bijna 13 maanden na de trouwdag wordt ons eerste kind geboren, Berend 20-4-1912 en twee jaar later Jannes 2-7-1914
Mijn kerkelijke achtergrond is Nederlandsch Hervormd maar bij de Familie van Beek geen.
Daarom trouwen we niet in de kerk en de kinderen worden niet gedoopt.

Toen volgde de ”Grote oorlog” maar daar hebben we ons goed doorheen geslagen.
Gedurende de mobilisatiejaren 1914 – 1918 verblijven er zo’n 4000 militairen met hun paarden en overig materieel in de Edesche kazernes. Op de Ginkel wordt een uitgebreid loopgravenstelsel aangelegd. Gedurende deze oorlog wordt er op de Eder heide net ten noorden van de Amsterdamscheweg een kamp gebouwd voor Belgische vluchtelingen. Na vertrek van de Belgen verdwijnt ook al spoedig het kamp.
Ook werd door de Duitse regering de zomertijd ingevoerd in 1916, tijdens deze oorlog.
Hierdoor bleef het 's avonds langer licht en kon men bezuinigen op gas en elektriciteit; bovendien konden dan de kantoormensen, die een tuintje hadden, 's avonds een uur
langer om buiten te werken en daar, bij de toenemende schaarste aan voedsel, aardappelen en groenten te kweken.
Aan voedsel hadden wij gelukkig geen gebrek en hielpen waar we konden de mensen die het minder hadden.
Na deze rumoerige tijd worden er nog twee kinderen geboren,

Josuina 31-3-1920 en Hendrik 16-5-1923

De daaropvolgende jaren verlopen voorspoedig. We kunnen de boerderij kopen en het lijkt ons een goed idee, ook voor een extra centje, deze ook te gaan gebruiken als onderdak voor Stadsche mensen om de vacantie door te brengen in het landelijke gebied van de Veluwe.

In ons bakhuisje is het goed toeven, zo ook voor de Familie ter Winkel uit Amsterdam. Door toeval bij ons gekomen in 1934 na een ongelukje met de trein waar in ze zaten om naar Drente te gaan. Vanaf die tijd zijn ze blijven komen ieder jaar weer!
Dan komen er spannende tijden, crisis, politieke spanningen. Hitler komt aan de macht en veel joodse en politieke vluchtelingen komen naar Nederland, daar er veel worden terug gestuurd, duiken velen onder. Ook wij nemen dan al onderduikers in huis en van hen hoor je de vreselijkste verhalen.
De geïsoleerde positie die Nederland in de gedachten van het Nederlandse volk innam bij de aanvang van de oorlog, wordt wellicht het best gekarakteriseerd door de benaming die het tijdvak van september 1939 tot mei 1940 in ons land kreeg en voor de historie zal behouden.
”De mobilisatie” betekende voor de meeste dienstplichtigen weinig anders dan een verzetje, tijd voor flauwe moppen, klachten over het eten, brieven naar huis, dromen van het meisje, intrekking van verlof en wachtlopen.

Heel het land hielp mee 'de jongens' te verzorgen. Onder het motto, "met de breipen in de hand dient men ook het vaderland", maakten vrouwen sjaals en kousen, wanten en kniestukken. Zo ook Tante Janna, zij deed een oproep in Ede en organiseerde breimiddagen en avonden!
Zo sjokte Nederland door de mobilisatietijd. "Onze jongens", stonden aan de grenzen, met warme wollen wanten en dito bivakmutsen. Bijna niemand had er enig begrip van, ook nog niet op de negende mei van 1940, hoe nabij de catastrofe was.
Maar dan, in de vroege morgen van 10 mei 1940 vallen Duitse troepen ons land binnen.
Laat in de middag van 10 mei raken de Huzaren en de pantserwagens bij de Ginkelse Heide in gevecht met de voorste Duitse troepen. Een voorpost van het regiment bij herberg de Zuid Ginkel wordt door de Duitse troepen overrompeld. Hierbij sneuvelen drie huzaren. Begin van de avond trekken de
Nederlandse huzaren volgens plan terug naar De Klomp.

Ede wordt bezet door Duitse troepen.
In de nacht van 10 op 11 mei volgen vanuit de Grebbelinie artilleriebeschietingen op de Duitse troepen in Ede, Bennekom, Lunteren en Ederveen. Bij de beschietingen ontstaat schade in het dorp, en er vallen slachtoffers onder de burgerbevolking. Het vuur ligt zo precies, dat de Duitse commandant denkt dat de Nederlandse artillerie via de telefoon aanwijzingen krijgt vanuit Ede.
Dit is niet helemaal onjuist……
Een deel van de Edesche bevolking wordt hierop door de Duitsers gedwongen te evacueren in de richting van Otterlo. Wij mogen blijven…… De volgende dagen wordt er zwaar gevochten ten westen van Ede, bij De Klomp. De Nederlandse linie houdt daar echter stand. Op 14 mei in de ochtend trekken de Nederlandse eenheden zich uit de Grebbelinie terug, omdat deze op de Grebbeberg na hevige gevechten door Duitse SS-eenheden is doorbroken. Nog diezelfde dag vindt het bombardement op Rotterdam plaats. Hierop besluit de opperbevelhebber van het Nederlandse leger te capituleren. Op het grondgebied van de gemeente Ede sneuvelden 14 Nederlandse militairen
Op 14 mei 's avonds wordt de capitulatie afgekondigd.
Niet lang daarna krijgen we het bericht dat Michiel ter Winkel is omgekomen en Marloes komt zo af en toe langs voor eten en blijft dan een nachtje slapen. Zo leert ze Josje een aardig woordje engels wat haar goed van pas komt met haar werk als verpleegster in deze roerige tijd.
Hendrik en Tante Janna horen van haar de verhalen over de razzia’s van haar joodse stadsgenoten en hebben een vermoeden dat Marloes net als zij bij het verzet is aangesloten, maar daar wordt met geen woord over gerept.........

De jaren gaan langzaam voort onder deze moeilijke omstandigheden, en weer helpen we waar we kunnen mensen aan ”onderdak” Een paar extra knechtjes kunnen we best gebruiken! Ook hebben we regelmatig gezinsuitbreiding, komen er plotseling ”neefjes en nichtjes” logeren.
Na de Slag om Arnhem is de Rijn de frontlijn geworden. De Duitsers geven in het najaar van 1944 opdracht het gebied langs de Rijn te verlaten. Anhem, Oosterbeek, Renkum,. Heelsum, Wolfheze, Bennekom, Wageningen, Rhenen: uit al deze plaatsen trekt de bevolking gedwongen weg. De evacués trekken in een bonte stoet naar het noorden en westen en komen daarbij in en door Ede ook over de Maander Buurtweg, fietsen, handkarren, paard en wagen, rijtuigen, alles met wielen of poten dat mensen of bagage kan dragen wordt gebruikt om weg te komen. Soms worden oude mensen zelfs in kruiwagens weggereden! Alleen het hoognodige kan mee, de rest moet worden achtergelaten.
Meer en meer wordt er een beroep gedaan op de bewoners van de Maander Buurtweg. De situatie wordt steeds moeilijker. De hele Familie van Beek speelt tijdens die Duitse bezetting een belangrijke rol in het plaatselijke verzet samen met de Familie van Steenbergen. Aart van Steenbergen, 28 jaar oud, sneuvelde op 1 oktober 1944 in de Maander Buurt bij een vuurgevecht met leden van de landwacht Nederland. Onze jongens komen er goed door…..
En na de Slag om Arnhem wordt het verzet geconfronteerd met een grote hoeveelheid Britse militairen die zich niet hebben willen overgeven of inmiddels weer zijn ontsnapt. Deze last is zwaar. Bij ontdekking zullen de huizen van hen die onderdak hebben verleend in brand gestoken worden, de bewoners worden geëxecuteerd! Er wordt een plan bedacht om een grote groep in één keer naar het bevrijde zuiden te brengen: Operatie Pegasus I. Dit wordt een groot succes. Ongeveer 136 man weten in de nacht van 22 op 23 oktober 1944 via de bossen bij Bennekom en over de Rijn bij Renkum de eigen linies weer te bereiken.
Na dat in oktober ’44 het bericht binnen kwam uit Putten dat daar alle mannen waren weggevoerd door Duitsers ging men wel nadenken of dit gevaarlijke werk dat ook waard was.
Volhouden vinden we, niet versagen sprak Radio Oranje, er is maar een orde, de orde van het verzet!!!!
Er blijken zich nog meer ondergedoken Airbornes in en rond Ede en op de Veluwe te bevinden. Er wordt daarom een nieuw plan gemaakt om ook deze militairen over de Rijn te zetten. De omstandigheden zijn echter veel moeilijker. Op 16 november begint die operatie. Ongeveer 75 man worden verzameld bij Lunteren. In de nacht begeeft de groep zich naar het Wekeromse Zand, waar men zich gedurende de dag schuil houdt. De volgende nacht gaat de groep onder leiding van Major Maguire en gidsen van het verzet verder richting Planken Wambuis. Langs de Apeldoornseweg zal een tweede groep zich bij de colonne aansluiten, maar deze komt te laat. Major Maguire realiseert zich dat hij in tijdnood komt en besluit een kortere weg te nemen. Hierbij stuit de groep bij de Hindenkamp op Duitse artilleriestellingen. Er wordt geschoten en er vallen slachtoffers. De groep raakt uit elkaar. Een deel weet de weg Arnhem – Ede over te steken. Vijf man bereiken de Rijn. Bij de Ginkel worden ongeveer 30 deelnemers aan de ontsnappingspoging gevangen genomen.
Weer komt iedereen van ons gezin er goed doorheen, allen komen ”veilig thuis”
Dan breekt de Hongerwinter aan en het is een komen en gaan van mensen op boerderij Klein Hees, het is nog nooit zo druk geweest. Allerlei mensen die komen bij Hendrik en Tante Janna om eten en onderdak en waar we kunnen helpen we. Soms ook met een illegale slacht, dan maakt Tante Janna balkenbrij om al deze monden te voeden. En onze Hendrik jr. komt gelukkig nog wel eens met een extra broodje thuis van de goede bakker. Van alles wordt er in de bakkersmand voor op zijn fiets vervoerd! Ook hij doet volop mee. De verzetsgroep komt zo ook aan voldoende bonnen om al de onderduikers te voeden. Soms komen we daarbij in zeer gevaarlijke situaties terecht door dat er zoveel vreemde mensen aan huis komen, maar dit is ook weer een soort dekmantel. We hebben schijnbaar een bescherm engeltje voor onze boerderij die erger voorkomt. Af en toe hangt ons Josje ook een bordje, besmettelijke ziekte……Roodvonk! aan den deur als dat eensch noodig mocht zijn om zoo de Duitsers buiten te houden!
Zij kan deze zoo heel goed om de tuin leiden!
We houden vol, zo goed en kwaad als het gaat!

De bevrijding van Ede!

Als de eerste Canadese tanks 16 april bij Planken Wambuis komen, worden zij onder vuur genomen door een Duits kanon. De Britten en Canadezen weten dit kanon uit te schakelen. Bij de bosrand van de Ginkelse Heide stuiten de Polar Bears opnieuw op Duitse tegenstand. Omdat het al donker wordt, besluiten de geallieerden zich terug te trekken op Planken Wambuis en daar de nacht door te brengen.
De volgende ochtend, dinsdag 17 april, wordt al vroeg de opmars hervat. Royal Scots Fusiliers trekken nu met het Calgary bataljon over de Arnhemseweg Ede in. Intussen gaat het Leicestershire bataljon van de Polar Bears Divisie door Ede zuid via de Parkweg naar de westrand van Ede. De Britten en Canadezen nemen ten westen van Ede tegenover de Grebbelinie posities in. Verder mogen ze van het geallieerde opperbevel niet gaan…

17 April 1945 is Ede VRIJ!

Op 5 mei, mijn verjaardag, 1945 bespreken de Canadese generaal Foulkes en de Duitse opperbevelhebber Blaskowitz in het bijzijn van Prins Bernhard commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in Hotel De Wereld in Wageningen de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland. Blaskowitz vroeg 24 uur bedenktijd. Een dag later op 6 mei 1945 dus wordt de capitulatie getekend.