Het personage van Caspar word vertolkt door Caspar, een 19 jarige student uit Tiel.

Hieronder vind u het fictieve levensverhaal van Caspar van den Berg, geschreven door de 19 jarige Caspar die dit personage tot leven brengt op onze evenementen.
Deze biografie helpt Caspar bij het zich inleven in het personage.

Overeenkomsten met bestaande personen is meestal toeval.

Caspar Willem van den Berg wordt op 24 april 1920 geboren in het academisch ziekenhuis te Utrecht. Zijn ouders verhuizen kort daarna naar Tiel, waar zijn gaat werken als administrateur bij de Leeghwater fabriek. Moeder zorgt voor het gezin. Het gezin woont in een huisje aan de Medelstraat 28. Ze zijn protestant en Caspar wordt dan ook in die traditie opgevoed.

Caspar is de jongste uit een gezin van vijf kinderen. Na de basisschool gaat Caspar naar de HBS. Als hij in juli 1938 afzwaait wil hij graag gaan studeren.
Daarvoor is echter geen geld zodat hij moet gaan werken. Caspar werkt bij allerlei bedrijven in Tiel maar kan nergens zijn draai vinden. Om verdere werkloosheid te ontlopen en zijn ouders niet tot last te zijn, neemt hij in november 1938 dienst als beroepsmilitair in het leger. Na een opleiding van 11 maanden komt hij terecht bij het Regiment Wielrijders (RW), onderdeel van de lichte divisie en gelegerd in de Isabella Kazerne in 's-Hertogenbosch.

Op 29 augustus wordt de algehele mobilisatie afgekondigd en na het afronden van de opleiding rolt Caspar dus gelijk de mobilisatie in. Hij kan het goed vinden bij het Regiment Wielrijders. De Wielrijders kunnen zich snel en geruisloos verplaatsen en ze zijn sterk bewapend. Elke sectie (44 man) vormt een complete zelfstandig opererende gevechtseenheid met 2 lichte mitrailleurs en 40 karabijnen met in totaal ruim 7.000 patronen. Daarnaast heeft elke sectie zijn eigen springmiddelengroep en overzetgroep (drijfzakken). Alle manschappen waren in alle taken geoefend en er heerste een goede discipline en kameraadschap.
Caspar vindt het dan ook een voorrecht om bij zo'n goed regiment te mogen dienen.

Wanneer hij op 10 mei 1940 het nieuws hoort over de Duitse inval is hij woedend op die choften. De kans die woede in daden om te zetten krijgt hij gelijk. Het Regiment Wielrijders, op 10 mei in de buurt van Eindhoven gelegerd, wordt ingezet om de Duitse parachutisten die bij Dordrecht zijn geland uit te schakelen. Het RW fietst op 10 mei meer dan 100 kilometer en valt in de avond van 10 mei al de Duitse posities bij Dordrecht aan. Daarop volgen felle gevechten met de Duitsers in de stad Dordrecht zelf. Ondanks dat het RW in de minderheid is weten ze twee dagen stand te houden, ze moeten uiteindelijk wijken als de druk van de Duitsers, versterkt door de pantserdivisie die door Brabant trok, te groot wordt.

Uiteindelijk wordt op 14 mei 's avonds de capitulatie afgekondigd. Nu is Caspar nog kwader op de generaals, hij was liever doorgegaan met de strijd. Maar ook hij moet inzien dat het doorgaan met de strijd onnodig veel burgerslachtoffers zou gaan kosten. De strikte orders voor het inleveren van de wapens negeert Caspar; hij verbergt z'n uitrusting en karabijn bij kennissen in Dordrecht met de mededeling dat hij het later op komt halen en dat ze het niet moeten wagen de spullen weg te gooien. Tegen zijn kameraden zegt hij dat hij z'n spullen is kwijtgeraakt.

In de weken daarna doet Caspar verschillende pogingen om de opbouwdienst, die was opgericht als een soort werkverschaffing voor ex-(beroeps en dienstplichtig) militairen, te omzeilen. Hij doet diverse pogingen om via z'n ouders een baantje te vinden in Tiel, maar dat mislukte telkens. Dan krijgt hij in juni van een oom in Amsterdam bericht dat hij wel bij hem kan komen werken in zijn handelsbedrijf en dat hij een kamer kan krijgen in diens huis aan de Lindengracht. Caspar tekent, samen met vele andere beroepsmilitairen, op 14 juli de verklaring dat hij niets meer tegen de Duitsers zou ondernemen, maar daarbij hoeft hij als soldaat (in tegenstelling tot de beroepsofficieren) niet zijn erewoord te geven. Op 15 juli 1940 wordt Caspar officieel gedemobiliseerd en uit de militaire dienst ontslagen en gaat hij naar z'n ouders in Tiel. Een week later treedt hij in dienst van het handelsbedrijf van zijn oom.

In augustus weet Caspar het zo te regelen dat hij alsnog kan gaan studeren. Om de kosten te betalen blijft hij één dag in de week werken in het bedrijf van zijn oom. Op 1 september 1940 begint Caspar met een studie geschiedenis aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam.

In een paar maanloze zomernachten haalt hij z'n spullen en karabijn uit Dordrecht en verbergt ze in de kelder van het ouderlijk huis. Z'n vader is woedend, maar durft er verder niets aan te doen, bang voor de represailles van de Duitsers. Caspar vindt dat hij z'n gegeven verklaring mag schenden, omdat: 'aan een vijand die zijn eigen erewoord schendt men niet gebonden kan zijn'.

Op de VU kan Caspar het direct goed vinden met zijn medestudenten en hij treedt dan ook toe tot het studentencorps van de VU. Naast de studie is er natuurlijk ook veel vertier in Amsterdam. Zo swingen hij en z'n medestudenten er lustig op los op de bekende nummers als: Hello Kitty (Lammy van den Hout & orkest van Klaas van Beeck), Polydor Rhythme (Frans Wouters en zijn orkest) en de Farewell Blues (De Ramblers). Maar ook swingen mag niet meer van de bezetter, met de inval in Rusland, wordt ook op 22 juni 1941 een algemeen dansverbod afgekondigd.
Caspar gaat nog wel eens naar clandestien swingfeestje, maar omdat men altijd beducht moet zijn op controleurs, wordt daar toch weinig gedanst.

Waar men ook beducht op moet zijn is de boekenzuivering. Boeken van Joodse auteurs worden verboden, anti-Duitse passages in andere boeken moeten geschrapt worden. De vrijheid van meningsuiting bestaat niet meer. Zo wordt Caspar op woensdag 30 september 1942 gearresteerd omdat hij zich anti-Duits zou hebben uitgelaten tijdens een borrel in een café de avond ervoor. Hij zit enkele dagen vast maar weet zich vrij te pleiten door te wijzen op zijn in juli 1940 getekende verklaring dat hij niets meer tegen de Duitsers zou ondernemen. Hoe durven de Duitsers te twijfelen aan zijn eer als (ex)beroepsmilitair? Op dinsdag 6 oktober 1942 wordt Caspar weer vrijgelaten, maar voorlopig zal hij zich wat voorzichtiger uitlaten.

Dat er voorzichtigheid geboden is, is voor hem al lang duidelijk geworden. Hij had nog veel contact met zijn oude commandant, een (beroeps)luitenant bij het RW. Via hem is Caspar zijdelings bij de OD betrokken. Maar die contacten met die organisatie zijn abrupt verbroken geraakt doordat alle beroepsofficieren door een list van de Duitsers weer in krijgsgevangenschap werden gevoerd, ook zijn oude commandant is daarbij. Voorlopig maar even niets ondernemen is Caspar's devies, maar ondertussen leest hij net als zijn medestudenten, veelvuldig de illegale kranten, waaronder 'De Geus' het illegale studentenblad.

Voorlopig is het rustig, tot 10 december 1942. De VU gaat vervroegd met kerstvakantie omdat er concrete aanwijzingen zijn dit zesduizend studenten (ongeveer 40% van alle Nederlandse studenten) verplicht zouden worden om in Duitsland te gaan werken in de arbeidseinsatz. Men vond het niet meer verantwoord studenten in grote getale bijeen te laten komen in verband met het gevaar van razzia's.

Een ook de sociëteit van het studentencorps van de VU werd gesloten. Caspar betreurde dit zeer, maar hij en alle leden van het corps werden gesterkt door de afscheidstoespraak van van het erelid prof Dr J. Waterink: 'Vrienden! Wij hebben feest gevierd. De wanden van de Societeit hebben gedaverd van de lach. Wij zijn bij elkaar geweest, zoals geslachten van studenten bijeen geweest zijn in blijdschap en in vreugde. Maar één weelde, die geslachten van studenten vóór ons bezaten, misten wij. Wij zijn niet hier geweest in vrijheid. [..]
Één ding mannen, geeft nooit ook maar een vinger breed toe aan den vijand.. Weet dat adeldom verplicht en draagt hoog de adeldom van Uw Nederlanderschap en van Uw Calvinist-zijn. Wat ook de vijand vraagt, hoe hij vleit, hoe hij zijn eigen doen bagatelliseert, hoe misschien secretarrisen-gernaal, professoren van onverscheiden universiteiten, mannen van invloed ook confereren of intrigeren, wij kennen maar één antwoord: dat antwoord is: 'Nooit!'[1]

Zaterdagochtend 6 februari 1943 zijn er, als reactie op de liquidatie van Generaal Seyffardt, razzia's op de universiteiten en hogescholen in de provincies Noord-Holland, zuid holland en utrecht. Die dag werd er weinig college gegeven , maar veel studenten in bibliotheken, e.d worden opgepakt. Zeventig mannelijke studenten van de VU worden zo gearresteerd en naar het concentratiekamp in Vught gebracht. Caspar ontsnapt die dag ternauwernood door een raam uit het VU gebouw aan de Vossiusstraat. In het vondelpark, dat vlak achter de Vossisustraat ligt, houd hij zich een tijdje verborgen en gaat dan via een omweg naar de Lindengracht terug.

Een groot deel van de studenten die van de razzia's hoorden dook onmiddellijk onder. De universiteiten sloten hun deuren, maar naar korte tijd werden examens en tentamens hervat, niet de colleges en practica. Maar de meeste studenten meden nu de universiteiten. Ook Caspar liet zich maar wenig op de VU zien, vaak gingen hij en z'n medestudenten bij de hoogleraren thuis langs. Dat was veiliger dan op de universiteit.

Vlak na deze razzia's ontstond bij de bezetter het idee voor de loyaliteitsverklaring, om zo rust te creëren op de universiteiten. Op 13 maart 1943 wordt het bericht gepubliceerd dat elke student de loyaliteitsverklaring moet ondertekenen, diegenen die dat niet deden werden van de universiteiten weggestuurd en zouden automatisch onder de arbeidseinsatz vallen. De tekst van de loyaliteitsverklaring luidde als volgt:'Dat hij [..] die in het bezette Nederlandse gebied geldende wetten, verordeningen en andere beschikkingen naar eer en geweten zal nakomen, en zich zal onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk, de Duitse Weermacht of de Nederlandse autoriteiten gerichte handeling zonmede van handelingen en gedragingen, welke de openbare orde aan de inrichtingen van hoger onderwijs, gezien de vigerende omstandigheden, in gevaar brengen.'[2]

De verklaring moest uiterlijk binnen één maand na publicatie door de studenten getekend zijn. De raad van negen roept via het illegale studentblad 'De Geus' de studenten op niet te tekenen; 'wat de loyaliteitsverklaring van u vraag is landverraad'.[3] Ook riep de raad op dat de studenten zich niet moesten melden voor de arbeidseinsatz en dat gedurende de oorlog er geen hoger onderwijs gevolgd moest worden. Als extra argument was er het feit dat het tekenen van deze verklaring niet daadwerkelijk recht gaf op het volgen van onderwijs en indien men afstudeerde zou men gelijk naar Duitsland worden gestuurd om daar te werken.

Caspar ziet zich nu voor een enorm probleem gesteld. Wat moet hij doen?
Loyaliteitsverklaring tekenen, en zo min of meer landverraad plegen?
In de arbeidseinsatz gaan werken en zo eigenlijk indirect de vijand helpen?
Proberen in krijgsgevangenschap te gaan om zo alles te ontduiken en in ieder geval volgens de rechten volgens de conventie van Geneve behandeld te worden?
Of.. of onderduiken en zo hemzelf en vele mensen waaronder zijn familie in gevaar brengen?

De Vrije Universiteit stuurt de verklaringen wel naar de studenten, maar geeft geen gelegenheid aan haar studenten om die getekend in te komen leveren. De VU sluit op 12 april 1943 definitief haar deuren.

Caspar tekent de loyaliteitsverklaring niet en met hem 98,9% van alle studenten aan de VU. Op 14 april neemt de sicherheitsdienst de administratie van de VU in beslag en komt zo in het bezit van alle adressen van de studenten. Die krijgen prompt een oproep van de arbeidseinsatz toegestuurd.

Wat nu???

Deze biografie is een verhaal over een fictief persoon zoals die geleefd zou kunnen hebben tussen 1920 en 1943. Deze biografie is samengesteld aan de hand van historische gebeurtenissen.


[1] Rutgers e.a, De Vrije Universiteit in oorlogstijd (Wageningen 1946).

[2] L. de Jong, Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog (' s-Gravenhage 1975) deel 6, 709.

[3] De Jong, deel 6, 711.